Dit artikel is deel 1 van een reeks van drie over ESG, financierbaarheid, borgen van klantrelaties en strategische sturing. In dit deel staat centraal waarom ESG geen extra afvinklijst is, maar steeds meer onderdeel wordt van financieringsgesprekken, risicomanagement, verzekeren, zorgverkoop en de regierol van finance.
ESG wordt nog vaak gezien als iets van verslaglegging of compliance. Wéér een extra rapportage, een nieuw lijstje of nog meer administratie. Volgens Irma Langeraert van Ilfa, Johan Eijkenaar van Aafje en Geert van den Enden, toezichthouder en bestuurder bij de NVTZ, is dat precies de verkeerde benadering. ESG raakt namelijk direct financierbaarheid, risicomanagement en strategische sturing.
Wie straks met banken, verzekeraars, zorgkantoren of andere belangrijke relaties in gesprek gaat, krijgt niet alleen de geijkte vragen. Ook ESG-risico’s met bijbehorend beleid, datapunten en transitieplannen gaan een rol spelen. De vraag is dus niet óf ESG relevant wordt voor financials, bestuurders en toezichthouders. De vraag is vooral: wie pakt de regie?
Van weerstand naar regie
Irma Langeraert richtte in 1995 Ilfa op vanuit de overtuiging dat middenbedrijven en non-profitorganisaties ondersteuning nodig hadden bij het ophalen van financiering en het voeren van hun treasury. Die overtuiging is nog steeds actueel, maar het speelveld is veranderd. Waar financieringsvraagstukken vroeger vooral draaiden om solvabiliteit, kasstromen, zekerheden, rente en looptijden, komt daar nu een bredere risicodimensie bij. Banken en verzekeraars moeten steeds beter kunnen onderbouwen welke risico’s zij financieren of verzekeren en ESG hoort daar steeds nadrukkelijker bij.
Volgens Irma betekent dit dat financials niet kunnen afwachten: “Je wordt vanuit alle kanten bevraagd. Dan moet je als financiële kolom de regie pakken.”
Geert van den Enden was jarenlang ziekenhuisdirecteur en is als toezichthouder steeds nadrukkelijker betrokken bij duurzaamheid. Hij herkent de reflex die in veel organisaties ontstaat zodra ESG ter sprake komt. Zeker in de zorg leeft snel het gevoel dat er weer iets bovenop komt. Extra bureaucratie, lijstjes en nog meer verantwoording, maar juist daarom is een andere vraag nodig. Hoe kan ESG strategisch helpen?
Wie ESG alleen ziet als verplichting, komt in de verdediging. Wie het koppelt aan risicomanagement, financiering en toekomstbestendigheid, maakt het onderdeel van de visie en kan het gebruiken om de organisatie sterker te maken.
Waarom Ilfa hiermee aan de slag ging
Voor Ilfa begon de urgentie al eerder. Als beleggingsonderneming kreeg Ilfa vragen vanuit de toezichthouder over ESG. Dat was voor Irma een wake-up call. Bij verdere verdieping werd namelijk duidelijk dat ESG niet beperkt zou blijven tot verslaggeving of grote beursgenoteerde ondernemingen. Ook banken, verzekeraars en kredietrisicobeheer zouden ermee te maken krijgen en daarmee uiteindelijk ook de klanten van Ilfa.
Ilfa wil organisaties zo efficiënt mogelijk door financieringsprocessen helpen. Als ESG onderdeel wordt van dat proces, moet je klanten daar dus ook op voorbereiden. Niet met nog meer complexiteit, maar met een praktische aanpak die aansluit op wat banken en andere stakeholders nodig hebben.
Daaruit ontstond de gedachte achter de Finance Impact Monitor: een model waarmee organisaties ESG-informatie gestructureerd kunnen verzamelen, beoordelen en verbinden aan risico’s, beleid en financierbaarheid.
Johan Eijkenaar, al veertien jaar concern controller bij Aafje, noemt het bewust een model, niet alleen een tool. Je stopt er niet simpelweg informatie in om er een rapport uit te halen. Je volgt een structuur die helpt om te bepalen wat relevant is, wat al aanwezig is en wat nog ontbreekt.
ESG wordt onderdeel van de financieringsvraag
Voor Aafje is die ontwikkeling concreet. Als concern controller is Johan verantwoordelijk voor onder meer lange termijn treasury en financieringsbeleid. De komende jaren zijn investeringen nodig, onder andere in vastgoed. Die kunnen niet volledig uit de eigen kasstroom worden betaald. Banken blijven dus nodig en banken zullen steeds vaker vragen naar ESG. Daarnaast stuurt ZN inmiddels hard op het verkrijgen van de nodige ESG-data in het kader van hun inkoop van zorg.
Er hangt bij Aafje dus al een prijskaartje aan het beschikbaar hebben van deze data. Wat Johan verwondert is dat daarbij het vertrekpunt vooral de Greendeal Zorg lijkt te zijn en de VSME+ daarbij nauwelijks in beeld komt. De insteek die gekozen is vindt hij erg instrumenteel, gaat voorbij aan materialiteit en nodigt niet uit tot het daadwerkelijk integreren van ESG in de bedrijfsvoering. Daarbij maakt hij zich zorgen over onnodige administratieve lasten verzwaring om te voldoen aan een kader dat niet aansluit op de VSME. Hoe gaat dit uitpakken voor alle zorginstellingen als straks de EU in het kader van de Omnibus Bill formeel de VSME als value chain cap gaat vaststellen?
Johan noemt het verankeren van ESG in de volle breedte, dus ook de S en de G, binnen de organisatie vooral een kwestie van vooruitkijken. ESG wordt onderdeel van de informatie die nodig is om toegang tot financiering te houden en zal dus moeten worden meegenomen in alle investeringsbeslissingen. Ook rating agencies kijken steeds nadrukkelijker naar dit onderwerp.
Irma ziet dezelfde ontwikkeling in gesprekken met banken. Zij moeten kwalitatieve en kwantitatieve dossiers kunnen opbouwen voor alle kredietrelaties. Niet alleen financiële cijfers, maar ook datapunten, beleid en onderbouwing van risicovermindering worden belangrijk bij het verstrekken en reviseren van financieringen.
Geert vat het scherp samen. Dit kan op termijn namelijk betekenen dat ESG een plek krijgt naast de financiële convenanten. Niet als los duurzaamheidslabel, maar als onderdeel van de manier waarop risico’s worden beoordeeld en gemonitord.
Kort samengevat
ESG verschuift van verslaglegging naar financierbaarheid. Banken, verzekeraars en andere financiële stakeholders gaan niet alleen naar cijfers kijken, maar ook naar ESG-risico’s, beleid en transitieplannen. Wie daarop voorbereid wil zijn, moet de regie niet afwachten maar zelf pakken.
Lees in deel 2 hoe VSME en de Finance Impact Monitor helpen om ESG-informatie praktisch te structureren.
Bijgewerkt op 3 juli 2026 - Achtergrond: waarom de VSME nu de logische keuze is
De VSME (Voluntary Sustainability Reporting Standard for SMEs) is de Europese vrijwillige rapportagestandaard voor ondernemingen die niet onder de CSRD vallen. Het is geen taxonomie, geen keurmerk en geen certificering, maar een gestandaardiseerde manier om duurzaamheidsinformatie vast te leggen en te delen.
Met de Omnibus-richtlijn heeft de Europese wetgever de basis gelegd voor een vrijwillige rapportagestandaard voor ondernemingen buiten de CSRD. Op 3 juli 2026 publiceerde de Europese Commissie vervolgens een ontwerp voor een gedelegeerde verordening waarmee de VSME formeel wordt aangewezen als deze standaard. Tegelijkertijd wordt de zogenoemde Value Chain Cap uitgewerkt. Het doel daarvan is de administratieve lasten voor kleinere ondernemingen te beperken door informatieverzoeken vanuit grote ondernemingen zoveel mogelijk te baseren op één Europese standaard.
FIM helpt organisaties duurzaamheidsinformatie vast te leggen volgens de Europese VSME-standaard. Daarmee beschikken zij over een solide, gestandaardiseerde basis voor informatieverzoeken van banken, verzekeraars, investeerders en ketenpartners, terwijl zij voorbereid zijn op verdere harmonisatie van Europese informatie-uitvragen.




